Eén van de bewijsmiddelen van de fiscus betreft de raming van een belastbaar resultaat aan de hand van vaststellingen waaruit blijkt dat u vermogender zou zijn dan uw aangifte doet vermoeden[1]. Op basis van dit bewijsmiddel kan de fiscus besluiten tot het vestigen van een indiciaire taxatie. Het hof van beroep te Antwerpen bevestigt in een arrest van 24 maart 2026 dat dergelijke indiciaire taxatie niet kan steunen op de loutere stand van een bankrekening op een gegeven ogenblik. Enkel een tijdens het belastbaar tijdperk vastgestelde vermogensaangroei vormt een geldige indicie én het is de fiscus die daarvan het bewijs moet leveren.